Onderwerp weblog: Het raadsel in de tuin I – 21/7 ‘07

naam: Gert

datum: 03/08/2007 om 18:29 uur

Trouwe bezoekers van onze weblog hebben er wat langer op moeten
wachten, maar nu wordt het tijd “het raadsel in de tuin” op te
helderen. In een eerdere weblog vroeg ik wat de grijze vlek in mijn
groentetuin kon betekenen: http://www.norsk.nl/weblog_view.php?id=432.
En er kwamen een aantal leuke reacties en ideeën binnen. Helaas,
helaas voor de probeerders: het potje eigengemaakte aardbeienjam
blijft in onze voorraad staan.

Maar dan nu (een begin van) de langverwachte ontknoping. Daarvoor
eerst naar het begin van het verhaal achter het raadsel.

Vorig jaar zijn we met mijn zus Alita, zwager Rudy en hun drie
kinderen Boaz, Rens en Ella op vakantie geweest naar de Lofoten. Daar
hebben we eerst een week doorgebracht in Henningsvær op de Lofoten en
daarna een week in Bø in Vesterålen.

Vanaf ons hutje in Bø was het slechts 30 minuten lopen naar de kust.
Daar gaat een mooie wandelroute naar toe. Op de rotsen konden we van
een mooi uitzicht genieten en een picknicken in de zon werd een ware
lust. Alita, Gert en ik liepen echter nog een stukje noordelijk, waar
het pad nog wat verder doorliep. Rudy bleef achter bij de kinderen,
die zich vermaakten met het vinden van onder andere molte
(moerasframboos).

Tijdens onze wandeling zagen we beneden bij de kustlijn (op stenen)
iets vreemds liggen. Dat wilden we nader onderzoeken. Het bleek een
aangespoelde walvis te zijn; inmiddels dood en reeds in verre staat
van ontbinding. Het was duidelijk dat het dier er al geruime tijd had
gelegen. De foto’s mogen voor zich spreken. En de geur loog er in
ieder geval niet om. Als ik de foto’s weer zie komt nog weer die lucht
naar boven.

Desalniettemin was het bijzonder spannend om het geheel eens tot een
nadere inspectie te onderwerpen. En een walvis blijft een
“aantrekkelijk” dier, of die nu dood of levend is. De opwinding over
deze “vondst” overwon het in elk geval van ons sterk protesterende
geurzintuig.


Het was duidelijk dat het “object” al ontploft was: de stenen in een
ruime cirkel rondom waren superglad van het vet. Ook de seizoenen en
het getijde had daaraan bijgedragen. Het was niet eenvoudig om er
dicht bij te komen zonder het gevaar van de stenen te glibberen. We
besloten terug te gaan en Rudy en de kinderen te informeren.

Ook toen die het hoorden steeg bij hen de spanning. Iedereen wilde het
wel zien. Maar omdat de kleinsten dat stuk niet konden lopen was het
niet mogelijk voor hen om het te zien. Maar we hadden foto’s gemaakt
zodat ze toch een indruk kregen.

Echter ’s avonds zijn Rudy, Gert, Boaz en ik toch naar de plek terug
gegaan. Dit keer op zoek naar evt. “souveniers” (lees botten) die we
mee konden nemen. Dat wordt vaakook doorplaatselijke noren gedaan. Met
name Boaz was één en al spanning te merken, omdat hij mee mocht. De
adrenaline gierde door zijn lijf wat met name te merken was aan zijn
onophoudelijke praten. Hij was daarin amper te remmen.

Met de nodige attributen (plastic tassen, etc.) kwamen we terug bij
het kadaver. Omdat het dier ontploft was vanwege rottingsgassen waren
niet alleen de zachte delen over de rotsen verspreidt. We vonden ook
diverse botten die ver van het lichaam weggeslingerd waren. Onder
andere een rib, wervels en een deel van de kaak. Ook vonden we een
piepklein botje wat, naar later bleek, een tand bleek te zijn. Met zes
delen, die nog enigszins te dragen waren, gingen we terug naar de hut.
Wat een spanning!


Maar wat moesten we er verder in vredesnaam mee doen? Ook deze delen
stonken als de hel (we leken ook wel gekken dit meenamen). Besloten
werd ze, voor de duur dat we in het huisje waren, in een stromend
riviertje te leggen, nabij het huisje. Ze konden dan wat “schoner”
spoelen. De dag erna zouden we dan spullen kopen zoals plastic zakken,
tape, handschoenen waar we ze dan in konden pakken voor de terugreis.
Want we waren met de auto en de geur moest hoe dan ook niet door de
verpakking dringen. Dan zou de terugreis ook wel eens naar een
slachthuis kunnen gaan ruiken.

Zo gezegd zo gedaan. De botten zijn, zonder onderweg voor overlast te
hebben gezorgd, thuis goed aangekomen. Daar werd op internet gekeken
wat we er het beste mee konden doen om van die ellendige geur af te
komen.

Zie verder “Het raadsel in de tuin II”.

Janet




Reacties op dit onderwerp

Geen reacties gevonden...


Dit was de laatste reactie.